team of lego nurses

De overheid heeft besloten dat de thuiszorg niet langer vanuit de rijksoverheid, maar door gemeenten wordt uitgevoerd. Bij veel gemeenten gebeurt dit via integrale wijkteams. De vraag rijst of zij de planning van thuiszorgmedewerkers goed kunnen regelen. Wijkteams die dit slim aanpakken, kunnen echter veel efficiënter werken dan voorheen mogelijk was. Dat verbetert de werkvreugde voor de zorgverleners en de kwaliteit voor patiënten en cliënten.

Onder de noemer ‘zorg dichtbij’ staat in hoofdstuk 7 van het regeerakkoord dat de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten (AWBZ) wordt omgevormd tot een nieuwe landelijke voorziening. In de praktijk staat ‘zorg dichtbij’ voor de grootste decentralisatie die ooit heeft plaatsgevonden. Gemeenten nemen per 1 januari 2015 de taken vanuit de AWBZ over van de rijksoverheid. Dat moet leiden tot grote bezuinigingen. Een kwart van de bezuinigingen komt uit de overheveling van de begeleiding van zeer kwetsbare mensen. Het kabinet wil door deze decentralisatie bovendien 40% besparen op de thuiszorg.
Op 1 januari 2015 is de inkrimping van de AWBZ een feit. Dan vallen deze taken voortaan onder de gemeenten, volgens de nieuwe Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo). De Wmo geeft gemeenten de verantwoordelijkheid over de ondersteuning, begeleiding en verzorging van ouderen en geestelijk gehandicapten.

Volgens de Volkskrant ‘decentraliseren’ veel gemeenten de thuiszorg nog verder. De uitvoering komt bij ongeveer de helft van de gemeenten te liggen bij integrale wijkteams. Ieder wijkteam moet dan, met 10 tot 15 medewerkers, de eigen broek ophouden.
Zo ontstaan door heel Nederland honderden teams die allemaal zorgverleners moeten inroosteren, om moeten gaan met ziekmeldingen, etc., etc. Voorheen werd dat allemaal vanuit een hoofdkantoor gedaan, vaak door een werknemer die hier voor opgeleid was en dit als kerntaak had. Nu moet de wijkteams het wiel zelf opnieuw uitvinden. In de praktijk zal dat tegenvallen. Natuurlijk is het goed als men een relatief besloten groep zorgverleners beheert. Dat versterkt de band met de thuiszorg, maar vooral met de patiënten of cliënten. Maar de besloten groep blijkt in de praktijk vaak veel te klein om eventuele uitval goed te regelen.

De oplossing ligt erin om de groepen zorgverleners die beschikbaar zijn voor een wijkteam, te delen met andere wijkteams. Als er in een wijk een tekort is, kan een oproepkracht uit een andere wijk invallen. Dat is lastig, want er is geen gemeenschappelijk beheersysteem dat de wijkteams met elkaar verbindt. Steeds meer thuiszorgorganisaties kloppen daarom aan bij Qlinx. Wij hebben voor hen groeps-apps gemaakt waarmee de zorgverleners verbonden zijn met hun eigen team. Zij kunnen heel gemakkelijk met elkaar communiceren, bijvoorbeeld als er opeens een extra kracht nodig is. Zij kunnen ook direct kennis en ervaringen over patiënten en cliënten met elkaar delen. De app-omgevingen van afzonderlijke teams zijn echter ook aan elkaar gekoppeld. Zo kan men ook ‘wijkgrensoverschrijdend’ snel de hulp en kennis van zorgverleners uit andere wijken inroepen.

Deze aanpak helpt bij het realiseren van het doel van decentralisatie: het brengt zorg dichtbij. Maar misschien nog wel belangijker: het maakt van thuiszorg een heel persoonlijk en warm contactmoment. En dat is niet alleen belangrijk tijdens de feestdagen.